De klimaatneutrale robot die uit angst in de GFT-bak verdween

door .

Het is tijd om feiten van fictie en afval te scheiden

Het klimaat verandert momenteel snel. Niet alleen door natuurlijke invloeden, ook de intrusieve manier waarop we dagelijks omgaan met energiebronnen en grondstoffen speelt daarbij een rol. In een wereld waarin zich straks meer robots dan mensen verplaatsen, zijn duurzaamheid en het gebruik van schone technologieën eigenlijk onontbeerlijk.

Om deze robots milieuvriendelijker en omgevingsbewuster te maken, sleutelen technici niet alleen hard aan het kunstmatig brein, ook de aandrijvingsbron krijgt steeds meer aandacht. Zo’n brein met kunstmatige intelligentie is belangrijk. Het stelt de robot in staat te leren van - en in te spelen op zijn omgeving. Het efficiënt voortbewegen in die omgeving kost de robot echter wel de nodige energie. Ongeacht of de robot is uitgerust met wielen of benen, zijn er altijd meerdere motoren (actuatoren) nodig om de robo sapiens te laten bewegen, en daar zit hem nu net het probleem. Wat heb je immers aan een slimme, milieuvriendelijke robot die slechts kortstondig functioneert? Een ongemak dat we in de praktijk ook zien bij autonome elektrische auto’s. Zij brengen nog veel tijd door aan de laadpaal.


Het idee

In het Amerikaanse leger zag men al vroeg het belang van een non-stop, klimaatneutrale robot. Men dacht hierbij aan een autonome robot die zich - net als echte soldaten - dagenlang zou kunnen redden in vijandelijk gebied. Het gebruik van accu’s of een fossiele brandstofmotor met een beperkte actieradius was daarom geen optie. De robot moest zijn eigen maaltijd kunnen verzamelen én bereiden zonder menselijke hulp. Een soort van 'Heel Holland Bakt' voor robots. Maar hoe maak je zo'n metalen chef-kok?

Het energiebedrijf Cyclone Power Technologies en de firma Robotic Technology kwamen in 2009 daarvoor met een idee: hernieuwbare bio-energie. In opdracht van het Amerikaanse Agentschap DARPA werd de Energetically Autonomous Tactical Robot (EATR) ontwikkeld. Deze duurzame robot kon energie opwekken uit biomassa in het milieu. Dit betekende zoveel als dat hij kon leven van de verbranding van biologisch afbreekbaar plantaardig en dierlijk materiaal, dat hij onderweg zelf verzamelde, scheidde en doorslikte. Een ultieme vorm van GFT-beheer. Alhoewel de - met een kettingzaag en grijper uitgeruste - EATR wist wat hij wel en niet mocht eten, waren velen bang dat hij zich ook tegoed zou doen aan menselijk weefsel.

Hoewel dit technisch gezien mogelijk was, leek dit scenario juridisch niet erg waarschijnlijk. Een strikte lezing van artikel 15 van het Verdrag van Genève sluit immers een dergelijk gebruik van robots uit. Daarbij kwam dat naast doelacquisitie- en verkenningsmissies, de EATR tevens was ontworpen om zwaargewonde soldaten heelhuids van het slagveld op te halen.



Toch kreeg tien jaar geleden - zoals vaker in de geschiedenis - de 'robofobie' de overhand. Aanhoudend negatieve berichtgeving in de media over vermeende vleeseetpraktijken, deed de publieke opinie tegen Cyclone keren. Deels had Cyclone dit aan zichzelf te danken door met het militaire DARPA in zee te gaan.

De pr-afdeling probeerde de EATR nog te promoten als vegetarische en milieuvriendelijke verrijking van het civiele robotlandschap, maar daarvoor het was te laat. In 2010 verdween het EATR-project stilletjes naar de GFT-bak.

Terug naar af(val)?

EATR had hét nieuwe autonome, milieuvriendelijke en duurzame robotplatform van de toekomst kunnen zijn voor middelgrote tot grote robots. De technologie werd immers niet louter ontwikkeld voor militaire doeleinden. De ontwerpers hoopten het concept ook aan het bedrijfsleven te verkopen zodat het een weg zou vinden naar diverse civiele robottoepassingen. Het autonome aansturingssysteem (voor interactie met de omgeving) van de EATR is overigens wel in sommige humanoid robots beland. Daar lijkt het bij te zijn gebleven, althans voor Cyclone.

Nadat de gemoederen waren bedaard, dook vijf jaar later het kleine EcoMow Technologies in de GFT-bak. Zonder al te veel tamtam kwam het met een op biomassa gebaseerde robotmaaiervariant op de proppen. Niet zo geavanceerd als de EATR, maar wel vele malen compacter. De EcoMow is een kleine zelfrijdende gazonmaaier die geen gras achterlaat. In plaats daarvan wordt de grassige biomassa direct omgezet in biobrandstof die het voor de eigen aandrijving gebruikt. De biobrandstof die overblijft wordt intern opgeslagen en kan ook als brandstof voor andere toepassingen dienen. Opmerkelijk genoeg vond ook deze, via Google maps navigerende robot niet zijn weg naar een populaire markttoepassing. De techniek kwam nog te vroeg; het wachten lijkt dan ook op die ene killer-toepassing of reden die ervoor zorgt dat miljoenen mensen er gebruik van willen maken.

Die reden gloort inmiddels aan de klimaathorizon. Alhoewel robots ook zonder biomassa efficiënter worden, is dit meer evolutie dan revolutie; de grote stap voorwaarts ontbreekt nog. Ter verkleining van onze ecologische voetafdruk is het #recyclen van het groene EATR principe - tien jaar na dato - misschien het overwegen waard.



Is ons juridisch 'systeem' klaar voor autonome robots met kunstmatige intelligentie?

door .

"If.. Then.. GoTo.. Else End Humanity"

Dat intelligente autonome robots onze nieuwe toekomsthorizon vormen zal denk ik niemand aan twijfelen. Anders ligt het voor de vraag of het huidig juridisch systeem voorziet in de participatie van deze robots aan onze maatschappij. Voordat we komen te spreken over regels, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen robots voor militaire doeleinden en robots die in de civiele maatschappij hun weg vinden.

Bij de eerste categorie speelt natuurlijk voorafgaand de vraag of wij als maatschappij überhaupt wel willen dat er killer robots actief zijn. Daarvoor is een maatschappelijk debat vereist dat gepaard gaat met een transparante voorlichting van de overheid. In Groot-Brittannië is dat bijvoorbeeld niet goed gelukt in de aanloop naar de inzet van haar Reaper drones. [1]  De bevolking is daar inmiddels erg sceptisch ten aanzien van het gebruik ervan. Dat de Britse regering met een naamsverandering naar Protectors dit probleem dacht op te lossen, is natuurlijk ietwat naïef. In België heeft een uitgebreide parlementaire discussie geleid tot het zich van overheidswege uitspreken tegen autonome killer robots. Dit met een industrieverbod tot gevolg.

Aan robots die aan de civiele maatschappij deelnemen kleven overigens ook haken en ogen. Het laten beslissen van een robot over leven en dood is daar echter geen ontwerpdoel op zich.

Wanneer we spreken over autonome robots en regels, is het goed om je te realiseren dat ontwerpers niet zomaar een wetboek in een robot kunnen programmeren. De robot is een nieuw lid van onze maatschappij wiens rol daarin steeds meer rechtsgevolgen zal creëren. Hieraan kleven bijzonder veel lastige aspecten, zoals de enorme variatie aan soorten, het grensoverschrijdend karakter en de mate van intelligentie.

Robots zijn wat betreft het interpreteren van regels nog niet op het zelfde niveau zoals beschreven in de boeken van Asimov. Ook een eigen bewustzijn ontbreekt nog. Vertrouwen op hun zelfregulerend vermogen is dan ook nog te veel gevraagd. Wetgeving die voor ons als mens logisch lijkt, maar onbegrijpelijk voor een robot, zal geen lang leven beschoren zijn. Dit zou zelfs tot disruptie kunnen leiden, met het uiteindelijk besef dat ook het regelgevend kader als instrument een metamorfose moet ondergaan.


  • Robot handhaaft de openbare orde
  • In Dubai ondersteunen robots de politie bij het handhaven van de openbare orde.

Toch is er ergens natuurlijk een begin, zo niet voorafgaande basis nodig. Reeds in 2006 identificeerde het European Robotics Research Network (EURON) vijf terreinen waarvoor regelgeving diende te worden ontwikkeld, vóórdat robots daadwerkelijk geproduceerd zouden worden. Het ging om: veiligheid, beveiliging, privacy, traceerbaarheid en identificeerbaarheid. Hiermee konden mensen ervoor zorgen dat ze de controle en het overzicht over hun creaties behielden, en dat de door robots vergaarde data alleen kon worden gebruikt voor het beoogde doel. Men wilde dus een soort van wildgroei voorkomen.

Hoe anders is het gegaan; robots lopen inmiddels in allerlei soorten en maten, en nagenoeg ongereguleerd, van de lopende band. Veel fabrikanten missen niettemin nog voldoende ervaringen uit de proeftuin die het consumentengebruik hen biedt. Een situatie die snel zal veranderen door de toepassing van kunstmatige intelligentie. Deze technologie helpt niet alleen de robots te leren van menselijke interacties, maar ook hun producenten. De technologie zal zich de komende jaren daardoor razendsnel ontwikkelen en robots geestelijk naar een hoger plan tillen, hetgeen ook weer eisen stelt aan bestaande wet- en regelgeving.

Rechtspersoonlijkheid of slavernij?

Een belangrijk issue in Europa is de vraag of intelligente autonome robots rechten en verplichtingen zouden moeten krijgen, en daarmee rechtspersoonlijkheid in de vorm van een elektronische identiteit. Een bijzonder aspect daarvan is de eigen aansprakelijkheid voor hun handelen. Hierbij moet men voornamelijk denken aan robots die (zelfstandig) interacties aangaan met mensen en andere robots in het maatschappelijk verkeer. Autonome robots die participeren in onze samenleving kunnen ons bestaan verrijken, maar ook fouten maken waaraan schadelijke gevolgen kleven. Wanneer dat gebeurt kan de robot zelf, in plaats van de fabrikant, aansprakelijk worden gesteld. Die gedachte impliceert in feite ook dat een robot met zijn (geestelijke) vaardigheden vermogen kan genereren waarmee de schade zou kunnen worden vergoed.


  • Autonome robot met rechtspersoonlijkheid of slavernij?
  • Honda's Asimo gezellig aan het winkelen in New York. Foto bron: Leith Honda

Tegenstanders vrezen dat fabrikanten van robots hiermee elke vorm van aansprakelijkheid voor hun creaties kunnen ontlopen. Ook speelt daarbij de angst dat robots zelfstandig invloed kunnen gaan uitoefenen op hun omgeving, met alle (onvoorspelbare) gevolgen van dien. Er zullen niettemin robots komen die een dusdanig hoge mate van autonomie en intelligentie bezitten, dat zo’n bijzondere juridische status gerechtvaardigd zou kunnen zijn.[2] Daarbij zijn wel wat hobbels te nemen. Want juist omdat er zoveel verschillende soorten robots zijn en de mens door de komst van robotimplantaten ook verrobotiseert, kunnen naar mijn idee niet voor al deze robots dezelfde regels gelden. Ongeacht of ze je nu wel of niet een eigen rechtspersoonlijkheid toekent. Maatwerk is derhalve wenselijk.

Het lijkt me onverstandig om -zoals veel tegenstanders graag zouden zien- bij voorbaat de deur te sluiten voor een elektronische identiteit voor robots. De vraag naar de noodzaak van rechtspersoonlijkheid komt namelijk nog te vroeg. Het robotbrein is nog volop in ontwikkeling en is ten aanzien van bepaalde taken die hij uitvoert weliswaar autonoom, maar nog niet in zijn totaliteit. In de discussie rondom rechtspersoonlijkheid bestaat gelukkig wel het besef dat ook (de huidige) robots, die autonoom een of meerdere taken kunnen uitvoeren, rechtgevolgen (kunnen) creëren binnen hun taakdomein. De focus dient momenteel dan ook primair gericht te zijn op die bestaande en voorzienbare autonome specifieke taken, zoals een autonome robotauto die een vervoerstaak vervult. Daarbij kun je voor de voorzienbare toekomst denken aan de vision urbanetic van Mercedes. Een mobiel concept met bijbehorende (IT-)infrastructuur, waaraan zich verschillende vervoermodules laten koppelen. Onnodige problemen ontstaan wanneer we ons teveel verliezen in fictieve scenario's zoals in de film Ex Machina, en daarmee vroegtijdig dreigen te verzanden in onrealistische scenario's. First things first dus.

(Informele) regelgeving voor robots

In het belang van de mens zijn er bij robottoepassingen - ongeacht de stand van de techniek of mate van rechtspersoonlijkheid - drie zaken die nagenoeg altijd moeten worden meegenomen, te weten: veiligheid, privacy en beveiliging. Deze aspecten, die zowel bij het ontwerp als bij de toepassing van de robot een fundamentele rol spelen, dienen goed te worden geborgd. Regelgeving is daarvoor een van de benodigde instrumenten. Natuurlijk staat de robottechnologie niet stil. Het is belangrijk om in termijnen van 5 à 10 jaar vooruit te kijken en te bezien welke effecten robottoepassingen op het maatschappelijk verkeer hebben. Vervolgens kunnen minimale randvoorwaarden en waarborgen worden geschapen die bij gewijzigde inzichten, waar nodig worden bijgewerkt. In eerste instantie gericht op de makers. Naarmate robots beter in staat zijn om autonoom eenvoudige normen veilig te interpreteren, zou het zwaartepunt meer richting henzelf kunnen verschuiven. Dit laatste vraagt ook om een aanpassing van ons bestaand juridisch systeem.


(Zelf)regulering
In het voorgaande werden van overheidswege gewenste minimale randvoorwaarden en waarborgen genoemd. Minimaal, omdat niet alles in formele zin hoeft te worden geregeld. Natuurlijk kunnen bedrijven achterover leunen en wachten tot de (Europese) overheid alle regels creëert; bijvoorbeeld omdat er zaken ernstig misgaan. Dit met het risico dat er straks ook regels gaan gelden die niet voldoende zijn toegesneden op de markt. Dit kan nadelig uitpakken voor ondernemers en een rem zetten op innovatie waar de sector het juist van moet hebben. Een andere optie is om pro-actief, middels zelfregulering, te komen tot informele regelgeving waaraan de branche en stakeholders zich gezamelijk commiteren. Dit biedt niet alleen meer flexibiliteit, maar verhoogt ook de bereidheid van overheden en rechtspraak, om de daarin geregelde handelswijze als belangrijke standaard te erkennen. Formeel gezien heeft informele regelgeving geen verplichtend karakter; het mist immers een grondslag in formele wet- en regelgeving. Materieel ligt dat anders, omdat goeddoordachte informele normen in de praktijk een belangrijk en breed handelings- en verantwoordingskader bieden en daarmee niet louter vrijblijvend zijn.

Alles begint echter met een universeel gedragen definitie van de term robot, die vooralsnog ontbreekt.[3]



[1] Technisch kunnen Reapers autonoom opereren. Juridisch is dit (nog) niet toegestaan.
[2] Dit betekent niet dat deze robots over een met een mens vergelijkbaar zelfbewustzijn en een eigen wil beschikken. Zie in dat verband ook hoofdstuk vijf en zeven van het boek Robot-is-me?.
[3] In 'Robot-is-me?' is in hoofdstuk 2 wel een werkbare definitie geformuleerd, maar in het kader van dit artikel doel ik op een formele universele definitie van het begrip robot.